Microsoft is de ontwikkelaar van Kodu; een stukje software waarmee je zelf games kunt maken. Het is een zeer eenvoudig programma waar veel kinderen mee overweg kunnen. Je hebt er absoluut geen enkele programmeer ervaring voor nodig, het is gebaseerd op zeer eenvoudige principes met eenvoudige menu's met duidelijke icoontjes en teksten. Ik heb er zelf nog geen game mee gemaakt, maar ik heb er wel een aantal leerlingen achter gezet. Logischerwijs zijn dat de kinderen die wat extra uitdaging kunnen gebruiken.
Welkom!
Welkom!
Mijn naam is Wytze Niezen en dit is mijn blog over ICT en Onderwijs. Ik werk sinds 2006 in het basisonderwijs. In datzelfde jaar ben ik afgestudeerd aan de Ipabo te Alkmaar. Mijn interesse voor ICT en onderwijs is in de jaren op de Pabo ontstaan.
ICT heeft de toekomst, daar ben ik van overtuigd. Met deze blog probeer ik de ontwikkelingen op ICT gebied voor mijzelf bij te houden. Bloggen werkt rustgevend, het zet mijn gedachten weer op een rij.
Momenteel werk ik in Singapore op de Hollandse School Limited. Een ontzettend insiperende omgeving, ook vanwege de hoeveelheid aan internationale scholen die ik kan bezoeken.
Posts tonen met het label ICT. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ICT. Alle posts tonen
donderdag 3 februari 2011
Zelf een game maken met KODU
Labels:
hoogbegaafdheid,
ICT,
KODU,
onderwijs,
onderwijsvernieuwing
dinsdag 11 januari 2011
Digitaliseren van onderwijs
Oké, er zitten veel leerlingen in je klas en als leraar wil je al die leerlingen op hun eigen niveau aanspreken opdat ze zich verder kunnen ontwikkelen. Zoals Prem al eens heeft laten zien, leerlingen kunnen elk gewenst niveau halen, mits ze op de juiste manier begeleid worden. Ik deel die opvatting; ik kan van iedere leerling een VWO leerling maken, de uitzonderingen daar gelaten. Dat is natuurlijk een gevaarlijke uitspraak, maar stel je voor dat je leerlingen de hele dag 1 op 1 kan begeleiden, dan kan zo'n missie toch bijna niet falen?
Hoe kan het dan dat vandaag de dag zoveel leerlingen lijken te falen in het onderwijs. Helaas ben ik zelf onderdeel van dat systeem en vind ik het erg om te zien dat zoveel kinderen hun potentie niet waar kunnen maken. Als basisschool moet je teveel, dat is duidelijk, met dat feit kun je twee dingen doen. Je zorgt ervoor dat je minder hoeft te doen door de, volgens jou, minst belangrijkste vakken/ bezigheden te laten vallen. Je besteedt bijvoorbeeld minder tijd aan 'administratieve rompslomp'. Of je vindt een manier om in het huidige systeem meer tijd te maken voor onderwijsinhoudelijke zaken. De meest voor de hand liggende punten om tijd vrij te maken zijn momenteel; minder vergaderen, minder vieringen, minder excursies en minder gesprekken. Toch ligt daar, naar mijn idee, niet de winst.
Labels:
digitaal onderwijs,
digitaal toetsen,
ICT,
laptop,
rekentuin,
squla
donderdag 6 januari 2011
Child driven education
Dit is de titel van een TEDtalk waar Sugata Mitra de spreker was. Samengevat; als eerste stap; zet een computer neer en kinderen (die nog nooit naar school zijn geweest en geen woord Engels spreken) leren van alles en nog wat vanzelf. Vervolgens; geef de kinderen een thema zoals biotechnologie en kinderen zullen zich de stof eigen maken met behulp van een computer. Als laatste, stel Italiaabnse kinderen een vraag in het Engels en ze vinden binnen 20 minuten het antwoord. Dus zelfs wanneer er een taalbarrière is werkt deze vorm van 'onderwijs'. En het mooie van alles, er komt geen leraar aan te pas!
Als leraar is je eerste reactie; "He! Wij waren toch het belangrijkst?!" Vervolgens kan ik een deel van de resultaten relativeren door te stellen dat het leerrendement zeker aanwezig is, maar dat dit rendement niet van tevoren vastligt. Oftewel hetgeen ze leren doet er niet toe, als ze maar iets leren. Als ik met die instelling op school verschijn ben ik denk ik heel snel weer vertrokken. Toch merk ik dat ik ook dit soort onderwijs geef wat betreft biologie.
Als leraar is je eerste reactie; "He! Wij waren toch het belangrijkst?!" Vervolgens kan ik een deel van de resultaten relativeren door te stellen dat het leerrendement zeker aanwezig is, maar dat dit rendement niet van tevoren vastligt. Oftewel hetgeen ze leren doet er niet toe, als ze maar iets leren. Als ik met die instelling op school verschijn ben ik denk ik heel snel weer vertrokken. Toch merk ik dat ik ook dit soort onderwijs geef wat betreft biologie.
dinsdag 4 januari 2011
ELO in het basisonderwijs
Het werken met een Elektronische Leer Omgeving is handig! Je kan er veel mee en het spaart je tijd. Maar wat is er allemaal op de markt en hoe werkt het? Ik heb ervaring met Moodle, N@tschool, mijnklas.net en heb op de Ipon basisonline even kort gezien.
Wat het eerste opvalt is dat er in het basisonderwijs weinig gewerkt wordt met de ELO. De redenen liggen denk ik voor de hand; te weinig kennis, te weinig zicht op de voordelen en teveel kosten. Er moet worden geïnvesteerd in het leren werken met de ELO en dat heeft op het basisonderwijs geen prioriteit. Ten tweede valt het me op dat leerlingen (groep 8 in dit geval) het werken met een ELO zeer snel onder de knie hebben. Sterker nog, ze komen met meer mogelijkheden dan ik van tevoren had gezien. Ze gaan er snel mee aan het werk en maken zich de omgeving eigen.
Een ELO kent vaak drie soorten gebruikers; de beheerder, de leraar en de leerling. De beheerder beheert de ELO en kan aan alle facetten van de ELO werken. De leraar kan werkbladen maken en toevoegen, toetsen toevoegen, de agenda van de ELO bijwerken en, natuurlijk, de vorderingen van de leerlingen bijhouden. De leerlingen kunnen al het werk dat de leraar op de ELOx zet maken. Vaak is er daarnaast de mogelijkheid onderling te chatten of de leraar een vraag te sturen. Er zijn per ELO nog meer verschillende soorten functionaliteiten die per ELO kunnen verschillen. De vergelijking die ik maak; denk aan een klaslokaal, maar dan digitaal. Wat is er allemaal in een klaslokaal? Dat is ook te vinden op de ELO.
De ELO's op een rijtje:
Moodle is open source, freeware, je kan het downloaden en implementeren. Er zijn echter een aantal randvoorwaarden waar een basisschool vaak niet aan voldoet. Een daarvan is dat Moodle geinstalleerd moet worden op een webserver. Daarnaast is er, naar mijn idee, behoorlijk wat technische kennis nodig om Moodle draaiend te krijgen en te houden. Als het eenmaal werkt spaart het wel een hoop tijd en geld uit.
N@Tschool is een ELO die z'n pijlen meer richt op het voortgezet onderwijs en verder. De studie wordt door de leerling/ student zelf bijgehouden. Het is een verzamelplek van al het gemaakte werk. De leraar kan dat werk nakijken en beoordelen. Ook kunnen er notities bij het werk van de leerling/ student gemaakt worden. Deze ELO kost geld en is, naar mijn idee, niet geschikt voor het basisonderwijs.
Basisonline heb ik gezien op de IPON. Deze ELO sprak mij zeer aan. De schijnbaar simpele en doeltreffende omgeving. De icoontjes en menuknoppen die voor zich spreken zorgen voor een duidelijke opbouw. Zeker voor basisschool leerlingen is deze ELO zeer geschikt. Nadeel is wel dat je voor deze ELO moet betalen.
Mijnklas.net is de ELO waar ik momenteel mee werk. Deze omgeving, gemaakt door Timon Bos, is gratis. Het heeft alle functionaliteiten die je van een ELO mag verwachten en meer! Het zelf maken van werkbladen is een peuleschil en het controleren van de gemaakte werkbladen scheelt een hoop nakijkwerk. Ik vind het knap dat deze ELO nog steeds gratis is en dat ik er nog zo weinig over gehoord heb. Ik kan iedereen aanraden een kijkje te nemen op mijnklas.net.
Mijnklas.net heeft voor mij de meerwaarde van de ELO laten zien. Echter, er is meer dan deze omgeving. Ik verwacht dat ook het basisonderwijs niet lang meer zal wachten met de overstap naar een ELO. Zeker wanneer er meer en meer laptops in de klas komen zal het werken met een ELO onvermijdelijk worden. De vraag is; sluit je je ogen, of ga je nu al onderzoeken wat er mogelijk is zodat de overstap naar het echte werk wat vergemakkelijkt wordt? En geloof me, het gaat gebeuren!
Wat het eerste opvalt is dat er in het basisonderwijs weinig gewerkt wordt met de ELO. De redenen liggen denk ik voor de hand; te weinig kennis, te weinig zicht op de voordelen en teveel kosten. Er moet worden geïnvesteerd in het leren werken met de ELO en dat heeft op het basisonderwijs geen prioriteit. Ten tweede valt het me op dat leerlingen (groep 8 in dit geval) het werken met een ELO zeer snel onder de knie hebben. Sterker nog, ze komen met meer mogelijkheden dan ik van tevoren had gezien. Ze gaan er snel mee aan het werk en maken zich de omgeving eigen.
Een ELO kent vaak drie soorten gebruikers; de beheerder, de leraar en de leerling. De beheerder beheert de ELO en kan aan alle facetten van de ELO werken. De leraar kan werkbladen maken en toevoegen, toetsen toevoegen, de agenda van de ELO bijwerken en, natuurlijk, de vorderingen van de leerlingen bijhouden. De leerlingen kunnen al het werk dat de leraar op de ELOx zet maken. Vaak is er daarnaast de mogelijkheid onderling te chatten of de leraar een vraag te sturen. Er zijn per ELO nog meer verschillende soorten functionaliteiten die per ELO kunnen verschillen. De vergelijking die ik maak; denk aan een klaslokaal, maar dan digitaal. Wat is er allemaal in een klaslokaal? Dat is ook te vinden op de ELO.
De ELO's op een rijtje:
Moodle is open source, freeware, je kan het downloaden en implementeren. Er zijn echter een aantal randvoorwaarden waar een basisschool vaak niet aan voldoet. Een daarvan is dat Moodle geinstalleerd moet worden op een webserver. Daarnaast is er, naar mijn idee, behoorlijk wat technische kennis nodig om Moodle draaiend te krijgen en te houden. Als het eenmaal werkt spaart het wel een hoop tijd en geld uit.
N@Tschool is een ELO die z'n pijlen meer richt op het voortgezet onderwijs en verder. De studie wordt door de leerling/ student zelf bijgehouden. Het is een verzamelplek van al het gemaakte werk. De leraar kan dat werk nakijken en beoordelen. Ook kunnen er notities bij het werk van de leerling/ student gemaakt worden. Deze ELO kost geld en is, naar mijn idee, niet geschikt voor het basisonderwijs.
Basisonline heb ik gezien op de IPON. Deze ELO sprak mij zeer aan. De schijnbaar simpele en doeltreffende omgeving. De icoontjes en menuknoppen die voor zich spreken zorgen voor een duidelijke opbouw. Zeker voor basisschool leerlingen is deze ELO zeer geschikt. Nadeel is wel dat je voor deze ELO moet betalen.
Mijnklas.net is de ELO waar ik momenteel mee werk. Deze omgeving, gemaakt door Timon Bos, is gratis. Het heeft alle functionaliteiten die je van een ELO mag verwachten en meer! Het zelf maken van werkbladen is een peuleschil en het controleren van de gemaakte werkbladen scheelt een hoop nakijkwerk. Ik vind het knap dat deze ELO nog steeds gratis is en dat ik er nog zo weinig over gehoord heb. Ik kan iedereen aanraden een kijkje te nemen op mijnklas.net.
Mijnklas.net heeft voor mij de meerwaarde van de ELO laten zien. Echter, er is meer dan deze omgeving. Ik verwacht dat ook het basisonderwijs niet lang meer zal wachten met de overstap naar een ELO. Zeker wanneer er meer en meer laptops in de klas komen zal het werken met een ELO onvermijdelijk worden. De vraag is; sluit je je ogen, of ga je nu al onderzoeken wat er mogelijk is zodat de overstap naar het echte werk wat vergemakkelijkt wordt? En geloof me, het gaat gebeuren!
dinsdag 28 december 2010
Efficiënter werken
Als je het hebt over ICT en onderwijs en je wilt NU verbetering zien. Dan komen de volgende voorbeelden bij mij als eerste op:
Digitaal toetsen;
Dit kan al vanaf de kleuters! Het scheelt je een hoop nakijkwerk en de computer geeft je een analyse van de fouten, eventueel met handelingsplan. Wat wil je nog meer! Start met de CITO's en pas later je methodegebondentoetsen aan. De CITO's worden individueel gemaakt. Je lessen gaan dus gewoon door! Alleen Piet, die de rekenstof toch al beheerst, maar een of twee CITO's op de computer.
De methode gebonden toetsen, die kun je met behulp van stemkastjes laten maken. Ook daar krijg je per leerling een cijfer waarbij je van tevoren aangeeft hoeveel fouten een punt zijn of per vraag aangeeft hoeveel punten je ervoor kunt krijgen. Je geeft de leerlingen een bepaalde tijd per vraag of laat de computer wachten totdat iedereen een antwoord gegeven heeft. De simpele stemkastjes kunnen multiple choice antwoorden aan. De wat uitgebreidere hebben de mogelijkheid om open antwoorden in te voeren.
ELO:
Door met een elektronische leeromgeving (bijv. mijnklas.net) te werken ben je niet meer afhankelijk van het fysieke klaslokaal. Na schooltijd kunnen de kinderen inloggen in het digitale klaslokaal. Daar staan alle belangrijke data, de eerstkomende toetsen, de planningen van spreekbeurten en boekbesprekingen, enz. Ook kunnen leerlingen je een vraag stellen of onderling met elkaar chatten. Handig voor de leraar; je kan de chatgeschiedenis bekijken. Heb je meteen een mooie aanleiding om wat aan de mediawijsheid van de kinderen te werken. Je kan er online huiswerk laten maken wat ook weer direct wordt nagekeken en beoordeeld. De kinderen kunnen hun eigen online rapport bijhouden en jij als leerkracht ook! Werkt ook heel goed om contact met de ouders te onderhouden!
Digitale rapporten:
Momenteel voer ik al mijn cijfers in op een Excel-sheet. Vervolgens laat ik Excel al mijn gemiddelden uitrekenen. Dat scheelt me een hoop rekenwerk bij het maken van de rapporten. Gelukkig zijn we nu zo ver dat het hele rapport digitaal wordt. Dus alles invoeren en de uitprinten. Dat is een stuk sneller dan zelf rekenen en schrijven. Tenminste, als je een beetje typevaardig bent.
Leer goed typen:
Alles wordt digitaal, leer dus snel typen! Ik heb geen cursus gehad, maar door het veel te doen krijg je het toch onder de knie, al is het met de verkeerde vingers op de verkeerde toetsen.
Verder:
- Werk met wiki's
- Zet zorgleerlingen achter programma's als ambrasoft en de methodegebonden software. Deze programma's zijn zelfsturend, houden het niveau van de leerlingen bij en het werkt motiverend voor de leerlingen
- Laat zwakke schrijvers de verwerking op de computer maken. Scheelt een hoop gepuzzel om te lezen wat er staat en de leerling kom je ook wat tegemoet.
- Ook de hoogvliegers kunnen hun ei kwijt op de computer. Denk aan de honderden webkwesties, webpaden, piekerpaden, enz. Daarnaast zijn er ook websites als Acadin.nl al moet je daar wel wat meer tijd in steken. De leerlingen verdiepen en jij hebt meer tijd om de zwakke broeders te helpen.
- Alle stof die geautomatiseerd moet worden kan het beste door een computer worden gedaan. Deze programma's zijn zelfregulerend. Ook de spellingproblemen AU/ OU, EI/ IJ enz. kunnen het beste op de computer verwerkt worden.
- Maar een Yurls pagina aan met de belangrijkste websites per vakgebied. Zo zorg je er automatisch voor dat kinderen niet gaan struinen op internet maar uit een aantal websites kunnen kiezen.
- er zijn nog veel meer voorbeelden te bedenken...
Maar vergeet vooral niet; de leraar is de allerbelangrijkste schakel in het geheel! Bij hem/ haar valt of staat het onderwijs!
Digitaal toetsen;
Dit kan al vanaf de kleuters! Het scheelt je een hoop nakijkwerk en de computer geeft je een analyse van de fouten, eventueel met handelingsplan. Wat wil je nog meer! Start met de CITO's en pas later je methodegebondentoetsen aan. De CITO's worden individueel gemaakt. Je lessen gaan dus gewoon door! Alleen Piet, die de rekenstof toch al beheerst, maar een of twee CITO's op de computer.
De methode gebonden toetsen, die kun je met behulp van stemkastjes laten maken. Ook daar krijg je per leerling een cijfer waarbij je van tevoren aangeeft hoeveel fouten een punt zijn of per vraag aangeeft hoeveel punten je ervoor kunt krijgen. Je geeft de leerlingen een bepaalde tijd per vraag of laat de computer wachten totdat iedereen een antwoord gegeven heeft. De simpele stemkastjes kunnen multiple choice antwoorden aan. De wat uitgebreidere hebben de mogelijkheid om open antwoorden in te voeren.
ELO:
Door met een elektronische leeromgeving (bijv. mijnklas.net) te werken ben je niet meer afhankelijk van het fysieke klaslokaal. Na schooltijd kunnen de kinderen inloggen in het digitale klaslokaal. Daar staan alle belangrijke data, de eerstkomende toetsen, de planningen van spreekbeurten en boekbesprekingen, enz. Ook kunnen leerlingen je een vraag stellen of onderling met elkaar chatten. Handig voor de leraar; je kan de chatgeschiedenis bekijken. Heb je meteen een mooie aanleiding om wat aan de mediawijsheid van de kinderen te werken. Je kan er online huiswerk laten maken wat ook weer direct wordt nagekeken en beoordeeld. De kinderen kunnen hun eigen online rapport bijhouden en jij als leerkracht ook! Werkt ook heel goed om contact met de ouders te onderhouden!
Digitale rapporten:
Momenteel voer ik al mijn cijfers in op een Excel-sheet. Vervolgens laat ik Excel al mijn gemiddelden uitrekenen. Dat scheelt me een hoop rekenwerk bij het maken van de rapporten. Gelukkig zijn we nu zo ver dat het hele rapport digitaal wordt. Dus alles invoeren en de uitprinten. Dat is een stuk sneller dan zelf rekenen en schrijven. Tenminste, als je een beetje typevaardig bent.
Leer goed typen:
Alles wordt digitaal, leer dus snel typen! Ik heb geen cursus gehad, maar door het veel te doen krijg je het toch onder de knie, al is het met de verkeerde vingers op de verkeerde toetsen.
Verder:
- Werk met wiki's
- Zet zorgleerlingen achter programma's als ambrasoft en de methodegebonden software. Deze programma's zijn zelfsturend, houden het niveau van de leerlingen bij en het werkt motiverend voor de leerlingen
- Laat zwakke schrijvers de verwerking op de computer maken. Scheelt een hoop gepuzzel om te lezen wat er staat en de leerling kom je ook wat tegemoet.
- Ook de hoogvliegers kunnen hun ei kwijt op de computer. Denk aan de honderden webkwesties, webpaden, piekerpaden, enz. Daarnaast zijn er ook websites als Acadin.nl al moet je daar wel wat meer tijd in steken. De leerlingen verdiepen en jij hebt meer tijd om de zwakke broeders te helpen.
- Alle stof die geautomatiseerd moet worden kan het beste door een computer worden gedaan. Deze programma's zijn zelfregulerend. Ook de spellingproblemen AU/ OU, EI/ IJ enz. kunnen het beste op de computer verwerkt worden.
- Maar een Yurls pagina aan met de belangrijkste websites per vakgebied. Zo zorg je er automatisch voor dat kinderen niet gaan struinen op internet maar uit een aantal websites kunnen kiezen.
- er zijn nog veel meer voorbeelden te bedenken...
Maar vergeet vooral niet; de leraar is de allerbelangrijkste schakel in het geheel! Bij hem/ haar valt of staat het onderwijs!
Labels:
CITO,
digitaal toetsen,
ELO,
ICT,
mediawijsheid,
mijnklas.net,
onderwijs
donderdag 18 november 2010
KINECT en MRT
Kinderen die niet goed bewegen worden een steeds groter probleem. Ze durven niet meer vrij te bewegen in de speelzaal of gymzaal. De KINECT kan een uitkomst bieden om een eerste stap te zetten in het bewegingsplezier van kinderen.
Ah, een nieuwe gadget op de markt! De KINECT van microsoft. Je hebt er wel een xbox360 voor nodig en een grote woonkamer, maar dan heb je ook wel het nieuwste van het nieuwste. Alhoewel, in de McDonalds staat al een hele tijd de playstation 2 met de eyetoy van Sony. Ik heb op beide nog niet gespeeld, maar genoeg video materiaal om er een mening over te vormen.
Zoals met elke nieuwe gadget, even afwachten tot het doorontwikkeld is en er genoeg spellen zijn die de moeite waard zijn. Al zie ik mezelf niet springend en dansend in de woonkamer staan. Dan speel ik de Wii toch net met iets minder schaamte. Zittend op de bank, wachtend tot de buurman voorbij is gelopen, en dan pas bowlen.
Maargoed, de Kinect dus. Een apparaat waar je helemaal geen controller voor nodig hebt (net als de Eyetoy dus). DWDD heeft er een mening over gevormd. Op de site van XBOX staat genoeg videomateriaal. En dan ga je automatisch denken aan toepassingen voor het onderwijs.
Voor rekenen, taal, spelling en zaakvakken zie ik niet direct een toegevoegde waarde, behalve dan de motivatie en betrokkenheid van de leerlingen, maar om daar een KINECT met Xbox voor aan te schaffen. Bovendien zijn er nog geen games ontwikkeld waarbij de schoolvakken en laat staan leerdoelen in terug kunt vinden.
Waar ik wel mogelijkheden zie is in het bewegingsonderwijs. Ik heb de vakopleiding bewegingsonderwijs gevolgd waarbinnen ook een module MRT is opgenomen. Een van de specialismen binnen het bewegingsonderwijs waarbij de zorgleerling centraal staat. Een 1 op 1 begeleiding werkt erg goed voor deze kinderen. Om je plan voor deze kinderen te bepalen moet er uiteraard getoetst worden. Waar is de uitval, heeft die uitval een aanwijsbare oorzaak, wat kan ik er aan doen en hoe ga ik dat doen? Welke doelstellingen heb ik. Kortom, niets anders dan je gewend bent in je dagelijkse werk alleen in het bewegingsonderwijs nog niet echt doorgedrongen.
Bij het opstellen van het plan en het uitwerken van de activiteiten kan de KINECT uitkomst bieden. Aangezien je je hele lichaam gebruikt zijn er tal van mogelijkheden. Ook zijn er games ontwikkeld die je uitdagen je hele lichaam te gebruiken. Zo is er KINECTIMALS; een game waarbij je bijvoorbeeld een tijger dezelfde bewegingen kan laten maken als jij zelf doet; springen, rollen, duiken, enz. Ook is er een parcour voor het diertje uitgezet waarbij jij op de goede momenten moet springen en bukken om het diertje zo snel mogelijk over het parcour heen te krijgen. Er zullen ongetwijfeld meer mogelijkheden zijn binnen het spel. Ik heb het nog niet kunnen spelen.
Ook zijn er dance games, workout games en een adventure game die kunnen aansluiten bij MRT in het basisonderwijs.
Uiteindelijk moeten deze kinderen in de gymzaal hun leerproces voortzetten, maar de eerste drempel is genomen.
Ah, een nieuwe gadget op de markt! De KINECT van microsoft. Je hebt er wel een xbox360 voor nodig en een grote woonkamer, maar dan heb je ook wel het nieuwste van het nieuwste. Alhoewel, in de McDonalds staat al een hele tijd de playstation 2 met de eyetoy van Sony. Ik heb op beide nog niet gespeeld, maar genoeg video materiaal om er een mening over te vormen.
Zoals met elke nieuwe gadget, even afwachten tot het doorontwikkeld is en er genoeg spellen zijn die de moeite waard zijn. Al zie ik mezelf niet springend en dansend in de woonkamer staan. Dan speel ik de Wii toch net met iets minder schaamte. Zittend op de bank, wachtend tot de buurman voorbij is gelopen, en dan pas bowlen.
Maargoed, de Kinect dus. Een apparaat waar je helemaal geen controller voor nodig hebt (net als de Eyetoy dus). DWDD heeft er een mening over gevormd. Op de site van XBOX staat genoeg videomateriaal. En dan ga je automatisch denken aan toepassingen voor het onderwijs.
Voor rekenen, taal, spelling en zaakvakken zie ik niet direct een toegevoegde waarde, behalve dan de motivatie en betrokkenheid van de leerlingen, maar om daar een KINECT met Xbox voor aan te schaffen. Bovendien zijn er nog geen games ontwikkeld waarbij de schoolvakken en laat staan leerdoelen in terug kunt vinden.
Waar ik wel mogelijkheden zie is in het bewegingsonderwijs. Ik heb de vakopleiding bewegingsonderwijs gevolgd waarbinnen ook een module MRT is opgenomen. Een van de specialismen binnen het bewegingsonderwijs waarbij de zorgleerling centraal staat. Een 1 op 1 begeleiding werkt erg goed voor deze kinderen. Om je plan voor deze kinderen te bepalen moet er uiteraard getoetst worden. Waar is de uitval, heeft die uitval een aanwijsbare oorzaak, wat kan ik er aan doen en hoe ga ik dat doen? Welke doelstellingen heb ik. Kortom, niets anders dan je gewend bent in je dagelijkse werk alleen in het bewegingsonderwijs nog niet echt doorgedrongen.
Bij het opstellen van het plan en het uitwerken van de activiteiten kan de KINECT uitkomst bieden. Aangezien je je hele lichaam gebruikt zijn er tal van mogelijkheden. Ook zijn er games ontwikkeld die je uitdagen je hele lichaam te gebruiken. Zo is er KINECTIMALS; een game waarbij je bijvoorbeeld een tijger dezelfde bewegingen kan laten maken als jij zelf doet; springen, rollen, duiken, enz. Ook is er een parcour voor het diertje uitgezet waarbij jij op de goede momenten moet springen en bukken om het diertje zo snel mogelijk over het parcour heen te krijgen. Er zullen ongetwijfeld meer mogelijkheden zijn binnen het spel. Ik heb het nog niet kunnen spelen.
Ook zijn er dance games, workout games en een adventure game die kunnen aansluiten bij MRT in het basisonderwijs.
Uiteindelijk moeten deze kinderen in de gymzaal hun leerproces voortzetten, maar de eerste drempel is genomen.
zaterdag 13 november 2010
ICT en Onderwijs
Stel, je bent een jonge leerkracht die net begonnen is. Je bent enthousiast, hebt veel kennis in huis, hebt op meerdere scholen ervaring opgedaan en staat open voor nieuwe uitdagingen. Tevens heb je een zwak voor ICT en onderwijsvernieuwing en dan vooral de combinatie van die twee. Wat ga je doen?
Je leest alle blogs van de mensen waarvan jij denkt dat ze aan het topje van de ijsberg zitten. zoals; Jeroen Rougoor (ICT-er van het jaar), André Manssen, John van Dongen, Margreet van den Berg, Gerard Dummer, Willem Karssenberg e.a.. Ook volg je kennisnet.nl, lees je de onderzoeksreeksen, volg je vernieuwingen op hardware en software gebied en volg je de onderwijsvooruitzichten. Je probeert van alles en nog wat me je eigen digitale schoolbord, met de mobieltjes van de kinderen en met de computers in de school. Je leest alle literatuur die de school binnenkomt. Je bent samen met je directeur (het type; een laptop voor ieder kind en het komt allemaal goed) en behoed hem voor de gevaren van zijn recalcitrante gedrag. Jij bent namelijk wel op de hoogte van 4 in balans, TPack e.a. literatuur.
Dat is nog niet alles; op feestjes en partijen zoek je lotgenoten, mensen uit het onderwijs. En dan in discussie, hopend op een gelijkenis en vooruitgang, meestal stuitend op angst en terughoudendheid. Je bezoekt ook zo af en toe je oud leraren van de Pabo, de ict-ers dan. Je sluit je aan bij netwerken en discussiegroepen. Je bezoekt ieder jaar trouw de IPON en andere beurzen. En dan als je denkt alles op een rijtje te hebben slaat het in als een bom; JIJ moet ZELF aan de bak. Niet afwachten en hopen op anderen die je zullen toenaderen, maar zelf het voortouw nemen. Zelf de richting van de onderwijsvernieuwing bepalen en, om te beginnen, zelf een weblog starten.
Bij deze de start. Voor nu, genoeg er roepen twee kinderen en een vrouw, tja er is meer dan onderwijs en onderwijsvernieuwing....
Je leest alle blogs van de mensen waarvan jij denkt dat ze aan het topje van de ijsberg zitten. zoals; Jeroen Rougoor (ICT-er van het jaar), André Manssen, John van Dongen, Margreet van den Berg, Gerard Dummer, Willem Karssenberg e.a.. Ook volg je kennisnet.nl, lees je de onderzoeksreeksen, volg je vernieuwingen op hardware en software gebied en volg je de onderwijsvooruitzichten. Je probeert van alles en nog wat me je eigen digitale schoolbord, met de mobieltjes van de kinderen en met de computers in de school. Je leest alle literatuur die de school binnenkomt. Je bent samen met je directeur (het type; een laptop voor ieder kind en het komt allemaal goed) en behoed hem voor de gevaren van zijn recalcitrante gedrag. Jij bent namelijk wel op de hoogte van 4 in balans, TPack e.a. literatuur.
Dat is nog niet alles; op feestjes en partijen zoek je lotgenoten, mensen uit het onderwijs. En dan in discussie, hopend op een gelijkenis en vooruitgang, meestal stuitend op angst en terughoudendheid. Je bezoekt ook zo af en toe je oud leraren van de Pabo, de ict-ers dan. Je sluit je aan bij netwerken en discussiegroepen. Je bezoekt ieder jaar trouw de IPON en andere beurzen. En dan als je denkt alles op een rijtje te hebben slaat het in als een bom; JIJ moet ZELF aan de bak. Niet afwachten en hopen op anderen die je zullen toenaderen, maar zelf het voortouw nemen. Zelf de richting van de onderwijsvernieuwing bepalen en, om te beginnen, zelf een weblog starten.
Bij deze de start. Voor nu, genoeg er roepen twee kinderen en een vrouw, tja er is meer dan onderwijs en onderwijsvernieuwing....
Abonneren op:
Posts (Atom)